Otto Janczik

Otto Janczik (* 1899) war ein österreichischer Fußball-Nationalspieler.

Der Tormann Otto Janczik begann seine Karriere beim Gersthofer SV und spielte erstmals 1918/19 für den Wiener AF in der österreichischen Ersten Klasse. Bald wurde er zum Stammspieler im Tor der Weinroten, erlebte mit dem Sieg im österreichischen Cup 1922 mit 2:1 seinen größten Erfolg. Nachdem Otto Janczik allerdings 1924 den Abstieg mit dem WAF hinnehmen musste wechselte er zum zweiten Hütteldorfer Erstligisten, Rapid. Hier spielte er zwei Jahre lang und kam in dieser Zeit auch zu zwei Einsätzen in der österreichischen Nationalmannschaft. Hierzu sei erwähnt, dass Otto Janczik bereits zu WAF-Zeiten im Nationalteam spielen hätte sollen, aus Nervosität allerdings absagte.

In beiden Länderspielen hielt sich der Tormann schadlos, Österreich siegte sowohl gegen die Schweiz als auch gegen die Tschechoslowakei mit 2:0 women sleeveless dress. 1926 wechselte Otto Janczik nach Döbling zur Vienna, bei der er seine Karriere in der I. Liga schließlich beendete. Der Tormann hängte die Fußballschuhe allerdings nicht an den Nagel, sondern versuchte sich noch beim Provinzverein Kremser SC, mit der er 1930 gar österreichischer Amateur-Meister wurde, nach einem Finalspielssieg über den FA Turnerbund Lustenau. Seine Laufbahn beendete er beim SC Mautern.

Rejon jermiekiejewski

Rejon jermiekiejewski (ros. Ермекеевский район) – jeden z 54 rejonów w Baszkirii

Brazil Away ZICO 10 Jerseys

Brazil Away ZICO 10 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

. Stolicą regionu jest Jermiekiejewo

Los Angeles Galaxy Home ROGERS 14 Jerseys

Los Angeles Galaxy Home ROGERS 14 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

.

100% populacji stanowi ludność wiejska, ponieważ w regionie nie ma żadnego miasta Waterproof Phone Bag.

abzieliłowski • alszejewski • archangielski • askiński • aurgaziński • bajmakski • bakaliński • bałtaczewski • bielebiejewski • biełokatajski • biełoriecki • birski • biżbulacki • błagowarski • błagowieszczeński • burajewski • burziański • buzdiacki • chajbulliński • czekmaguszewski • czyszmiński • dawlekanowski • diurtiuliński • duwański • fiodorowski • gafurijski • igliński • iliszewski • iszymbajski • janaulski • jermiekiejewski • kałtasiński • karaidielski • karmaskaliński • kigiński • krasnokamski • kugarczyński • kusznarienkowski • kujurgaziński • mieczetliński • mieleuzowski • mijakiński • miszkiński • nurimanowski • saławatski • stierlibaszewski • stierlitamacki • szarański • tatyszliński • tujmaziński • uczaliński • ufimski • zianczuriński • ziłairski

Ufa • Agidel • Bajmak • Belebej • Biełorieck • Birsk • Błagowieszczeńsk • Dawlekanowo • Diurtiuli • Iszymbaj • Janauł • Kumiertau • Mieleuz • Mieżgorie • Nieftiekamsk • Oktiabrskij • Saławat • Sibaj • Sterlitamak • Tujmazy • Uczały

Zes suites voor onbegeleide cello (J.S. Bach)

De Zes suites voor onbegeleide cello, BWV 1007 t/m 1012, zijn zes verwante en gelijkaardig gestructureerde instrumentele muziekstukken van de hand van de Duitse componist Johann Sebastian Bach. Zij worden gerekend tot de grootste werken ooit geschreven voor de cello.

Naar alle waarschijnlijkheid zijn ze geschreven in de periode 1717-1723, toen Bach diende als Kapellmeister voor de muziekminnende Leopold van Anhalt-Köthen

soccer sports uniform

KELME Short-Sleeve Soccer Sports Striped Uniform

BUY NOW

$39.99
$28.99

. De stukken zouden aan het hof zijn uitgevoerd door Christian Ferdinand Abel, een muzikant die verscheidene instrumenten bespeelde, waaronder de viool, de viola da gamba en uiteraard de cello. De situatie aan het hof van Leopold van Anhalt-Köthen bood Bach een ideale kans om instrumentale, niet-functionele muziek te schrijven. Naast de zes cellosuites bracht deze periode ook andere grootse werken van Bach zoals de Brandenburgse Concerten en Das wohltemperierte Klavier.

Bij het schrijven van de zes cellosuites lijkt het of Bach zich verplicht heeft om voor de monofone cello een polyfoon stuk te schrijven. Men spreekt in dat verband van imaginaire polyfonie, die tot stand komt door akkoorden en arpeggio’s, en door gebruik te maken van een onder- en een bovenstem die na elkaar worden gespeeld. De suites worden gekenmerkt door een grote variëteit aan speeltechnieken, een grote emotionele lading en interactie tussen de stemmen. De intimiteit van de stukken heeft ertoe geleid dat de suites tot de geliefde werken van Bach worden gerekend. Vele vooraanstaande cellisten voeren het werk uit en velen hebben er ook een opname van gemaakt. Er staan vrijwel geen spelaanwijzingen in de muziek, dus is de wijze van uitvoeren sterk afhankelijk van de interpretatie van de artiest. Een objectief oordeel hierover is niet mogelijk.

Een exacte chronologische volgorde van de zes cellosuites kan niet worden vastgesteld. Dit betreft zowel de volgorde waarin de suites door Bach zijn gecomponeerd, als de vraag of ze vóór of na de sonates en partitas voor onbegeleide viool, BWV 1001–1006, zijn geschreven. Over het algemeen denken de deskundigen op grond van een analyse van de stijl van de werken dat de cellosuites vóór de vioolsonates en -partita’s zijn geschreven.

Door János Starker en Dimitry Markevitch is beweerd dat de stukken eerst voor een ander instrument kunnen zijn geschreven en later voor de cello zijn getranscribeerd. Het feit dat Bach zelf een versie voor luit maakte van de vijfde suite zou een aanwijzing zijn voor die suggestie.

De oorspronkelijke autograaf van de suites van Bach is na zijn dood verloren gegaan. De muziek is te danken aan het kopieerwerk van Bachs tweede vrouw, Anna Magdalena en analyses van deskundigen, die een bijna authentieke reconstructie hebben opgeleverd. Toch blijven de verbindingsbogen over de noten en andere versieringen omstreden, waardoor er vele interpretaties bestaan.

Drie manuscripten zijn bewaard gebleven:

Op de voorkant van het manuscript valt te lezen:

Violoncello Solo
senza
Basso
composées
par
Sr. J. S. Bach

für das Violoncello
von
Joh. Seb. Bach

De twee manuscripten van de leerlingen werden in de jaren vijftig van de vorige eeuw gevonden na zoekwerk van de cellist Dimitry Markevitch. De manuscripten wijken iets af van het manuscript van Anna Magdalena in versieringen van de noten.

Alle zes suites zijn weer opgebouwd uit zes verschillende delen.

Deskundigen zijn van mening dat Bach de werken had bedoeld en ontworpen als een systematische cyclus en niet als losstaande werken. Bach heeft de werken dan ook van een duidelijke structuur voorzien. In vergelijking met Bachs andere suiteverzamelingen zijn de cellosuites het consequentst wanneer men kijkt naar opeenvolging van de delen. Om ze tot een symmetrisch geheel te vormen, en daarmee verder te gaan dan de traditionele muziekvormen, stopte Bach bij elke suite twee galanterieën tussen de Sarabande en Gigue. De Sarabande vormt telkens het emotionele middelpunt van de suites en kan als de wig van de suite worden gezien. De suites klimmen bovendien in moeilijkheidsgraad en emotionele rijkdom.

De Prelude, die vooral bestaat uit arpeggioakkoorden, is waarschijnlijk het bekendste deel van de zes suites. De prelude is vaak te horen op de televisie en in films. Het tweede menuet is een van de twee delen in de zes suites waarin geen hele akkoorden voorkomen, wel zijn er gebroken akkoorden aanwezig in het stuk.

De Prelude van de tweede suite bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat een sterk terugkerend thema dat meteen aan het begin wordt geïntroduceerd. Het tweede deel is een cadenzabeweging, die naar de finale leidt in de vorm van krachtige akkoorden. De aansluitende Allemande bevat korte cadenza’s die van de anders zo strenge dansvorm afwijken. De Sarabande van de tweede wijkt in enkele maten af van de andere Sarabandes. Normaliter ligt het accent in een Sarabande op de tweede tel, maar in sommige maten is dit niet het geval, daar het accent dan midden in een gepunteerde kwartnoot zou vallen.

De Prelude van de derde suite bestaat uit een A-B-A-C vorm, met A als een kleine beweging die uiteindelijk oplost in een energiek arpeggiostuk. In deel B wordt voor het eerst in de zes cellosuites de duimpositie toegepast om de veeleisende akkoorden te kunnen spelen. Dan wordt er weer teruggekeerd naar het A-thema, en het einde is een krachtige en verrassende beweging van akkoorden.

De Allemande is het enige deel van de zes waar een bovenmaat wordt toegevoegd in de vorm van drie-zestiende noten in plaats van een-zestiende noot zoals in de standaard vorm.

De tweede Bourrée wordt vaak in d mineur genoteerd, hoewel hij eigenlijk in c mineur staat. Dit komt door het veelvuldig voorkomen van de noot A in de Bourrée.

De vierde suite is een van de technisch veeleisendste delen van de suites, aangezien e mineur een ongemakkelijke toonsoort is om te spelen op de cello. Het stuk vereist dan ook erg veel gestrekte linkerhandposities. De Prelude bestaat vooral uit een moeilijke golvende beweging in achtste noten, die ruimte laat voor een cadenza voor de terugkeer naar het oorspronkelijke thema. In de lieflijke Sarabande valt de nadruk op de tweede tel – het hoofdkenmerk van deze dans in driekwartsmaat – nauwelijks op aangezien op bijna elke eerste tel een akkoord wordt gespeeld, en op de tweede tel niet.

In het manuscript van Anna Magdalena Bach staat voor de Prelude van de vijfde suite „Discordable“ oftewel het is een scordatura: de hoogste cellosnaar, normaal gestemd op A, moet een hele toon lager worden gestemd naar G. Tegenwoordig wordt bijna in elke uitgave van de suites naast in de oorspronkelijke stemming een versie gevoegd voor de normale stemming, dus in C-G-D-A. Bij het spelen in gewone stemming moeten sommige akkoorden vereenvoudigd worden, maar anderzijds worden sommige melodieën makkelijker te spelen.

De Prelude is geschreven in een A-B-vorm, en begint met een langzaam

Fútbol Club Barcelona Home DANI ALVES 22 Jerseys

Fútbol Club Barcelona Home DANI ALVES 22 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

, emotioneel deel dat zich in de lage tonen van de cello ophoudt. Daarna komt een snelle en technisch heel moeilijke eenregelige fuga die overgaat in het krachtige slot.

De vijfde suite staat vooral bekend om de innige Sarabande, het tweede stuk van alle zes suites waar geen enkel heel akkoord in voorkomt, maar wel weer een gebroken akkoord. De vijfde suite is ook vooral zo bijzonder door haar Gigue in de Franse stijl, in tegenstelling tot de Italiaanse stijl die in de andere vijf suites wordt gebruikt.

De Koninklijke Bibliotheek van België te Brussel bezit een autograaf van Bach met een bewerking van deze suite voor luit (de vijfde suite voor luit, BWV 995, gecomponeerd te Leipzig vermoedelijk tussen 1727 en 1731) en opgedragen aan een zekere Monsieur Schouster.

De zesde suite is voor een vijfsnarig instrument geschreven, waarschijnlijk voor de violoncello piccolo, minder waarschijnlijk voor de viola pomposa of de viola da spalla, omdat op het titelblad van Anna Magdalena’s manuscript staat: de suites geschreven voor de violoncello. Met voor deze suite de aanwijzing „A cinq cordes“ oftewel ‚op vijf snaren‘, met in noten de notering van de te gebruiken vijf snaren: C-G-D-A-E. In de andere bronnen ontbreekt deze laatste vermelding.

Cellisten die de suite willen spelen op de “moderne” viersnarige cello stuiten op grote moeilijkheden wegens de hoge (duim)posities voor de hoge noten. Toch zijn de meeste opnames van de suite die vandaag de dag te verkrijgen zijn, gespeeld op de viersnarige cello.

De zesde suite is in een veel vrijere vorm geschreven dan de andere vijf. De suite bevat bijvoorbeeld meer versierende en reciterende loopjes en virtuoze passages. Het is de enige suite die hoofdzakelijk is geschreven in de tenorsleutel. Bij de andere suites is dit niet nodig, aangezien er in deze suites niet hoger hoeft te worden gespeeld dan G4.

De suites waren voor 1900 nog niet erg bekend en ze werden tot die tijd nog voor etudes aangezien. Er zijn zelfs pogingen gedaan om er een pianobegeleiding bij te schrijven, onder meer door Robert Schumann. Mendelssohn bracht de muziek van Bach weer onder de aandacht, maar Bach bleef toch nog vrij onbekend. De cellist Pablo Casals wordt gezien als degene die de suites echt bekend heeft gemaakt. Casals vond in het jaar 1890 een editie van Grützmacher in een tweedehands muziekwinkeltje in Barcelona. Casals begon met het studeren en opvoeren van de werken. Het duurde nog 35 jaar voordat Casals de stukken opnam, waarna de bekendheid van de stukken tot ongekende hoogten steeg.

De cellisten Pablo Casals (1876-1973), Pierre Fournier (1906-1986), André Navarra (1911-1988), Paul Tortelier (1914-1990), János Starker (1924-2013), Mstislav Rostropovitsj (1927-2007), Anner Bijlsma (°1934), Jacqueline du Pré (1945-1987), Jaap ter Linden (°1947), Mischa Maisky (°1948), Heinrich Schiff (°1951), Yo-Yo Ma (°1955), Roel Dieltiens (°1957) en Pieter Wispelwey (°1962) staan bekend om hun uitvoeringen van de zes suites. De meesten spelen de suites pas op gevorderde leeftijd het best: Casals vanaf 60 jaar (1936-1939), Pierre Fournier vanaf 54 jaar (1961), Navarra vanaf 66 jaar (1977), Tortelier vanaf 47 jaar (1961, 1983), Bijlsma vanaf 45 jaar (1979, 1993, 1999, 2002), Rostropovitch vanaf 68 jaar (1995), Starker vanaf 53 jaar (1997).

Globaal gezien zijn er twee standpunten van cellisten (en van musici in het algemeen) met betrekking tot het uitvoeren van de suites. Deze verschillen begonnen te ontstaan vanaf de jaren 60.

Hieronder volgt een lijst met enkele noemenswaardige uitgaven in chronologische volgorde:

cantates · motetten · missen · oratoria en passies · vierstemmige koralen · liederen en aria’s · orgelwerken · klavecimbelwerken · kamermuziek · orkestwerken · overige werken

Karl Pinggéra

Karl Pinggéra (* 30. November 1967 in München) ist Professor für Kirchengeschichte an der Philipps-Universität Marburg.

Pinggéra studierte von 1987 bis 1994 Evangelische Theologie an den Universitäten in Erlangen, München und Wien und legte 1995 das Erste Theologische Examen ab. Er war von 1995 bis 1997 Vikar in Ingolstadt-Brunnenreuth und wurde anschließend zum Pfarrer der Evangelisch-Lutherischen Kirche in Bayern ordiniert. 2001 promovierte er am Fachbereich Evangelische Theologie der Philipps-Universität Marburg. Von 2000 bis 2002 war er Wissenschaftlicher Mitarbeiter an der Evangelisch-Theologischen Fakultät der Universität Bonn und von 2003 bis 2008 Hochschuldozent (ab 2006 Juniorprofessor) für Ostkirchengeschichte am Fachbereich Evangelische Theologie der Universität Marburg, gleichzeitig von 2005 bis 2009 nebenamtlicher Studienleiter für das Ressort „Kirchen des Nahen Ostens“ an der Evangelischen Akademie Hofgeismar

Seattle Sounders FC Home Jerseys

Seattle Sounders FC Home Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

. Seit 2009 ist er Professor für Kirchengeschichte an der Philipps-Universität Marburg. Er ist außerdem Vorsitzender des Wissenschaftlichen Beirates und Mitglied im Kuratorium des Konfessionskundlichen Instituts Bensheim und Mitherausgeber der „Una Sancta: Zeitschrift für ökumenische Begegnung“.

Pepe Cáceres

José Humberto Eslava „Pepe“ Cáceres (March 16, 1935 – August 16, 1987) was a Colombian bullfighter. Born in Honda, Tolima, Colombia, he is often regarded as one of the finest bullfighters ever and the best-known bullfighter Colombia has ever produced. He was also a breeder of bulls and bullfighting organizer.

During his younger years, Cáceres was more inclined to football than bullfighting women sleeveless dress. In 1949 he witnessed a bullfight in Bogotá and then decided to become a torero. He debuted as a bullfighter on November 1, 1952 and traveled to Spain in 1955 He debuted in Málaga, Spain on April 10, 1955 and was injured by the first bull he faced. However, he proceeded to dispatch ten young bulls in his first season with great success. He took the alternative in the Feria de Abril at the Maestranza de Sevilla on September 30, 1956, with his godfather, Antonio Bienvenida. His most famous victories over his long career were in Mexico and the Monumental Plaza de Toros in Bogota.

In his career he had been seriously wounded at least five times yet he could not bring himself to retire yet. He had remarked in an interview „I think all bullfighters live with the hope of continuing in the bullfighting atmosphere, to prolong the taurine feast“. He was seriously injured a sixth time, a goring that he received from the bull „Monin“ on July 20, 1987 in Sogamoso, Colombia. He was trapped up against the boards and was mauled by the bull. It resulted in a pierced lung that proved to be fatal. He had been a professional bullfighter for 31 years and had announced his retirement for the next year

United States Away NGUYEN 16 Jerseys

United States Away NGUYEN 16 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

.

As a bullfighter, he is considered one of the best in the use of the cape, but his difficulty to kill was always his greatest professional limitation. He often refused to set ‚flags‘ in the bulls he fought. The set known as Cacerina, bringing down the bull while riding it at the time of the fatal stab, was his creation.

He is honoured by a statue outside the Santamaría Bullring in Bogotá.

Claude Trudel

Vous pouvez partager vos connaissances en l’améliorant (comment ?) selon les recommandations des projets correspondants.

Claude Trudel (né le 2 mars 1942 à Montréal – ) est un homme politique québécois

Real Madrid Club de Fútbol Home DERGAARD 41 Jerseys

Real Madrid Club de Fútbol Home DERGAARD 41 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

. Il a été maire de l’arrondissement de Verdun (à Montréal).

Claude Trudel a été

Mexico Home CAMPOS 1 Jerseys

Mexico Home CAMPOS 1 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

, de 1985 à 1989, le député libéral de Bourget à l’Assemblée nationale du Québec. En 2001, il est élu conseiller municipal de la ville de Montréal au sein de l’Équipe Tremblay – Union Montréal. Il a été réélu en 2005 au poste de maire de l’arrondissement de Verdun et a été nommé leader de la majorité au conseil municipal et président de la Société de transport de Montréal (STM). Il est à nouveau élu à titre de maire de l’arrondissement de Verdun lors de l’élection municipale de Montréal du 1er novembre 2009. Il est nommé par la suite au Comité exécutif de Montréal où il a la responsabilité de la sécurité publique. Il a donné sa démission le 4 décembre 2012, à la suite du départ précipité de Gérald Tremblay, chef du parti, le 5 novembre 2012.

Le fonds d’archives de Claude Trudel est conservé au centre d’archives de Montréal de Bibliothèque et Archives nationales du Québec.

Sonic le Rebelle

Titre de la série Sonic le rebelle.

Sonic le Rebelle (Sonic Underground) est une série télévisée d’animation franco-américaine en quarante épisodes d’approximativement une vingtaine de minutes diffusée entre le et le . Elle suit les aventures de Sonic le hérisson et de son frère Manic, ainsi que de sa sœur Sonia. La série a été adaptée à partir des jeux vidéo de la franchise Sonic. Elle fut mal accueilli par la critique et fans.

En France, la série a été diffusée à partir du sur TF1 dans l’émission TF! et rediffusée sur NT1 à partir du et sur Mangas à partir de 2010

Colombia 2016 Home GUARIN 13 Jerseys

Colombia 2016 Home GUARIN 13 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

, et au Canada sur Télétoon.

Sur la planète Mobius, se trouve une ville nommée Robotropolis mais qui s’appelait avant Mobotropolis. Mais aussitôt, après la naissance des enfants de la reine Éléonor, le méchant Dr Robotnik a introduit sa technologie. Source de revenus pour lui, les aristocrates profitaient de leur vie futile tandis que les gens du peuple furent robotisés et réduits à l’esclavage. La reine et ses enfants durent se cacher. Mais un jour, elle alla voir l’oracle de Delphes qui lui fit une prophétie où Robotnik ne régnerait plus, mais pour que la prophétie se réalise un jour, elle devait abandonner ses enfants.

Sonic, son fils ainé, est recueilli par une famille de clandestins puis vers ses 5 ans chez son oncle Chuck ; Sonia, sa seule fille, par une noble 

Chile Home BEAUSEJOUR 15 Jerseys

Chile Home BEAUSEJOUR 15 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

; et Manic, son fils cadet, avant d’entrer dans sa famille, se fait enlever et a été élevé comme un voleur. Un jour, l’oracle révèle à Sonic le pouvoir des médaillons et qu’il a un frère et une sœur. Il leur remet une carte indiquant la route à suivre avant de disparaitre. Sonic, Sonia et Manic partent alors à la recherche de leur mère. Mais les péripéties ne manqueront pas…

Le titre de la chanson suit le titre de l’épisode.

(*) Partie de la saga en trois parties : Beginnings
(**) Partie de la saga en trois parties : Chaos Emerald

Pour chaque épisode, une chanson différente est jouée par Sonic, Manic et Sonia. Initialement, 65 épisodes étaient prévus, mais à la suite de l’annulation de la série, ce sont finalement 40 épisodes qui sont produits.

Tong Li Publishing

Tong Li Publishing Co. (chinois simplifié : 東立出版社, hanyu pinyin : Dōng Lì Chūbǎnshè), mieux connu sous le nom de Tong Li Comics, est une maison d’édition chinoise créée en 1977 spécialisée dans la distribution de bandes dessinées chinoises et étrangères en République de Chine (Taïwan).

Tong Li a été fondée à Tainan à Taïwan en 1977 avec seulement neuf employés. La maison d’édition a débuté dans le secteur de l’édition en distribuant des bandes dessinées piratées. Pendant quinze ans, elle en a été le plus grand distributeur, éditant plus de 1 000 titres en tout, dont à certaines périodes une cinquantaine par mois. La méthode de travail de Tong Li était alors de se procurer des nouveaux mangas de distributeurs japonais, de remplacer les textes en japonais en chinois traditionnel et de remplacer ou effacer les éléments explicitement sexuels ou violents. Le créateur de Tong Li, Fang Wan-nan se décrit lui-même comme « le roi des bandes dessinées piratées ».

En parallèle, Tong Li se procure la première licence légale en 1989 pour la distribution du manga japonais Cipher de Minako Narita publié par Hakusensha au Japon, suivi en 1991 d‘Akira de Katsuhiro Ōtomo publié à l’origine par Kōdansha

Colombia 2016 Home SABALSA 15 Jerseys

Colombia 2016 Home SABALSA 15 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

.

Une loi de 1992 interdisant le piratage taïwanais de bandes dessinées oblige Tong Li à renoncer à la piraterie et à développer des contenus originaux, en plus de l’acquisition de licences par des moyens légaux. La maison d’édition commence la publication des magazines Dragon Youth (龍少年月刊) et Star★Girls (星少女月刊) fortement influencés par les mangas japonais. La liste des mangas actuellement publié par Tong Li comprend One Piece, Bleach, Naruto, Eyeshield 21, Gintama, Ken-ichi le disciple ultime, Skip beat!, etc.

Sur les autres projets Wikimedia :